Heideterreinen


Tekst: Wim Smies, Foto's: Wim Smies

btslogo

Het beheren van heideterreinen is een bekend voorbeeld waar ingrijpen noodzakelijk blijft. Uitgestreke heidevelden kunnen alleen met een gericht beheer worden behouden, opslag van den en berk en hiermee de verbossing moet worden tegengegaan. Vergrassing van de heide, die wordt versterkt door de luchtvervuiling, wordt dmv. maaien, plaggen en afbranden min of meer onder controle gehouden. In Nederland is de eigenaar van een heideterrein vaak ook de eigenaar van een aangrenzend boscomplex, en is hiermee natuurbeheerder en bosbeheerder tegelijk.

dienst23-1 dienst23-2

Plaggen wordt doorgaans uitgevoerd m.b.v. een speciaal hiervoor ontwikkelde plagmachine, welke kan worden afgesteld op de ter plaatse gewenste plagdiepte. Dit plaggen (links) wordt gedaan om heideterreinen te verschralen, zodat aanwezig heidezaad kan ontkiemen en zodoende voor verjonging van de vegetatie kan zorgen. Grassen worden hierbij grotendeels verdrongen. Bij geaccidenteerd terrein is plaggen met een (rups) kraan mogelijk. Een kantelstuk op de giek maakt het mogelijk het natuurlijk relief te volgen. Als de heidevegetatie minder vergrast is, edoch minder vitaal is (oud), is het mogelijk om te chopperen (rechts), waarbij de heidestruiken bovengronds worden verwijdert. De heide kan dan op haar eigen wortelgestel opnieuw uitlopen, zodat een vitale vegetatie het resultaat is.

www.ebolabv.nl