|
|
Invasieve plantensoorten Tekst: VOL-BTS, Foto's: Jan Erftemeijer |
![]() |
|
O
p 19 september 2011 werd door de Stichting Probos te Oosterbeek een voor- lichtingsmiddag gehouden over invasieve exoten. Het ging om een handreiking voor het beheer van de reuzenberenklauw, reuzenbasemien, Japans duizendknoop, Amerikaan- se vogelkers, hemelbooom en de Pontische rododendron. Niet alle bovengenoemd soorten zullen tot de invasieve verbeelding spreken. Bij de praktijk bezichtiging op locatie in de omgeving van Oosterbeek kwamen twee soorten naar voren.
Japans duizendknoop – Fallopia japonica
De duizendknoop familie vertegenwoordigt een uitgebreide plantencollectie zoals boekweit, rabarber, zuring, varkensgras en de bruidssluier. Bij Japans Duizendknoop moeten echter alle alarmbellen gaan rinkelen. Want bestrijden van de soort is niet eenvoudig en hij kan heel invasief voorkomen. In het ergste geval ben je eigenaar van een bamboe woud van stengels, jaar in jaar uit en er lijkt ook na een tiental jaren geen eind of verandering aan te komen. De soort is absoluut dominant, geen enkele andere begroeiing lijkt hier tegenop gewassen. Wat moeten we niet doen? Machinaal maaien en de verplaatsing van grond met daarin wortelstokken van de duizendknoop. Bij machinale maaibeurten kunnen gemakkelijk stukken stengel met knoop of het bovenste deel van de wortel worden verspreid. Deze delen kunnen uitlopen en op andere plaatsen een nieuwe populatie vormen. Maaien moet daarom bij voorkeur handmatig worden uitgevoerd, bijvoorbeeld met een bosmaaier. Denk erom dat afgezaagde stengels in contact met de grond spontaan weer kunnen uitlopen. In Engeland zijn voorbeelden bekend dat de huizenprijs in waarde daalt bij de aanwezigheid van Japans duizendknoop. Door het uitgebreide systeem van wortelstokken, dat in leven blijft als het bovengrondse deel van de plant wordt verwijderd en zijn groeikracht is de soort zeer moeilijk te bestrijden. Door een intensief beheer en een combinatie van bestrijdingsmethodes is de soort succesvol te bestrijden. Bijvoorbeeld afdekken, chemisch behandelen of afgraven. Chemische bestrijding wordt vooraf gegaan door een maaibeurt in mei, juni. Na twee tot drie weken kan een bladbehandeling volgen met glyfosaat via verneveling op de bladeren. Vooral vanaf half augustus tot en met september is dit effectief, omdat de planten in het najaar reserve voedsel en daarmee de werkzame stoffen van het glyfosaat terughalen uit de bladeren naar de wortels. Het kan wel drie jaar duren van intensieve bestrijding voordat het gewenste resultaat wordt bereikt. Het is praktisch onmogelijk om uitsluitend met maaien de soort te kunnen liquideren. De Reuzenbalsemien - Impatiens glandulifera Royle. Impatiens kennen we in de tuin als vlijtig liesje. De Reuzenbalsemien heeft ook iets vlijtigs, namelijk zijn verspreiding. Vooral langs beeklopen en watergangen en in nieuwe natuurterreinen kan de soort zich zo massaal uitbreiden dat de lokale vegetatie en biodiversiteit in gevaar komt. Een ander nadeel is dat de massale groei op oevers als gevolg heeft dat grasgroei en daarbij een zodenvormende vegetatie ontbreekt. Hierdoor kan in de winter erosie en instabiliteit aan de oevers optreden. Een jaar intensieve bestrijding met twee of drie controle rondes is vaak al voldoende om de soort de kop in te drukken. Machinaal maaien heeft de voorkeur. Bij slecht bereikbare plekken kan gedacht worden aan het tijdelijke inscharen van schapen. Juist bij nieuwe natuurterreinen waar de reguliere landbouw gestopt is kan de soort explosief voorkomen. Bovengenoemde soort kan in dit soort terreinen door de enorme schaal en ondanks zijn leuke bloemetje toch nog een hoofdpijn dossier vormen voor de beheerder. |









